HOME   MECHELEN & ZUID-LIMBURG ACTIVITEITEN AGENDA & TIPS IMPRESSIES  
   

MECHELEN EN HAAR BUURTSCHAPPEN

Mechelen is een dorpje dat in de vroege Middeleeuwen is ontstaan als nederzetting rond een landgoed van de graven van Limburg op de plaats waar de Mechelbeek in de snel stromende Geul vloeit. De plaatsnaam is destijds waarschijnlijk door immigranten meegebracht uit de omgeving van het Belgische Malonne bij Namen, komt oorspronkelijk van het Germaanse woord 'Magalunas' (het machtige) en wordt voor het eerst vermeld in een akte uit 1133 als 'Mechiuns'.

In 1215 schenkt Hertog Hendrik III van Limburg zijn Heerenhof te Mechelen aan de Johannieter Orde, een geestelijke ridderorde die onder leiding stond van een Commandeur. In 1588 verlietende Johannieters Mechelen en zij verpachten sinds die tijd hun bezittingen in Mechelen In 1794 worden door de Franse overheersers alle kerkelijke goederen in beslag genomen en komt na bijna 600 jaar een einde aan de Johannieter Commanderij in Mechelen.

Bij de schenking in 1215 aan de Commanderij hoorde ook een watermolen. Dit is de 'Onderste Molen' te Mechelen, ook bekend als Commandeursmolen. De molen was een zogenoemde 'banmolen' of 'dwangmolen'. Dat wil zeggen dat alle inwoners op het grondgebied van de commanderij verplicht waren om hun graan op deze molen te laten malen. Op de rechteroever van de molentak, tegenover de graanmolen in vakwerkbouw, wordt in 1820 een papiermolen in baksteen gebouwd. Na het faillissement van de papiermolen in 1882 koopt J. Schyns de papiermolen en de inmiddels vernieuwde graanmolen. Hij laat hierna de papiermolen ombouwen tot graanmolen. Het complex kreeg toen zijn huidige aanzien. In 1904 wordt het schoepenrad vervangen door een turbine. De molen is nog steeds in gebruik als graanmolen.

De andere molen van Mechelen, de 'Bovenste Molen', was ook een banmolen, maar nu voor de inwoners van de vrije rijksheerlijkheid Wittem. Deze molen, even stroomopwaarts van de Commandeursmolen aan de Geul, werd voor het eerst in 1350 vermeld.

Mechelen is de voormalige centrumkern van de gemeente Wittem. Rondom Mechelen liggen een aantal karakteristieke buurtschappen, zoals het bekende Höfke, waarvan het gehele dorpsgezicht beschermd is. Ook Elzet, Kleeberg en Hurpesch zijn bijzonder mooi en karakteristiek. Andere buurtschappen rondom Mechelen zijn Bissen, Bommerig, Broek, Dal, Helle, Hilleshagen, Kosberg en Schweiberg. Vandaag de dag telt het dorp Mechelen en alle omliggende buurtschappen ongeveer 850 huizen en ongeveer 2.050 inwoners.

De Johannes de Doperkerk (aanvang bouw 1810 – gereed in huidige staat in 1935) en de markante hofboerderij de Heerenhof zijn kenmerkend voor het aangezicht van Mechelen. De bossen, de heuvels en de Geul zorgen voor een sprookjesachtig tafereel.

De weekmarkt wordt er elke vrijdag gehouden van 14.00 tot 17.00 uur op het Docter Janssenplein.

In de dorpskern van Mechelen bevinden zich naast diverse cafés en eetgelegenheden, ook een bakkerij, slagerij en een supermarkt.

ZUID-LIMBURG EN DE EUREGIO

Zuid-Limburg neemt in Nederland een unieke positie in. Natuurlijk is daar het prachtige en bosrijke heuvellandschap, dat heerlijke zachte taaltje en het aantrekkelijke bourgondische ritme. Maar er is meer. Zuid-Limburg biedt u ook de allure van historierijke steden als Maastricht, Aken, Keulen, Luik, Leuven en Brussel met uitzonderlijke architectuur, vermaarde musea, theaters, topwinkels en een swingend uitgaansleven. U maakt ontspannen dagtripjes naar de Ardennen of Luxemburg. Ook voor een sportieve vakantie is Zuid-Limburg een paradijs. Kijkt u maar eens elders op deze website onder de kopjes ACTIVITEITEN en AGENDA & TIPS.

Mechelen ligt centraal in de Euregio en u maakt eenvoudig leuke stedentrips naar Aken, Monschau of Keulen in Duitsland of Hasselt, Luik, Sint Truiden of Hombourg in België. Het prachtige Maastricht ligt nog dichterbij. Het drielandenpunt ligt enkele kilometers verderop en u bent ook zo de grens over richting de Eifel of de Ardennen.

Limburgs volkslied: "Limburg mijn Vaderland"

Waar in 't bronsgroen eikenhout
't nachtegaaltje zingt;
Over 't malse korenveld
't lied des leeuweriks klinkt;
Waar de hoorn des herders schalt
langs der beekjes boord:

refrein:
Daar is mijn Vaderland
Limburgs dierbaar oord!
Daar is mijn Vaderland
Limburgs dierbaar oord!

Waar de brede stroom der Maas
statig zeewaarts vloeit;
Weeldrig sappig veldgewas
kost'lijk groeit en bloeit;
Bloemengaard en beemd en bos
overheerlijk gloort:

- refrein -

Waar der vaad'ren schone taal
klinkt met held're kracht;
Waar men kloek en fier van aard
vreemde praal veracht;
Eigen zeden, eigen schoon
't hart des volks bekoort:

- refrein -

Waar aan 't oud Oranjehuis
't volk blijft hou en trouw;
Met ons roemrijk Nederland
één in vreugd en rouw;
Trouw aan plicht en trouw aan Geus
heerst van Zuid tot Noord:

Tekstdichter: Gerard Krekelberg (1864-1937)
Componist: Hendrik Thyssen (1862-1926)
Ontstaan op 31 januari 1909

Het Limburgse volkslied was aanvankelijk bedoeld als een romantische ode op de provincie Nederlands-Limburg.

Het bronsgroen eikenhout waarover Gerard Krekelberg dichtte waren de (ondertussen verdwenen) eikenbomen rond het kasteel Borgitter in Kessenich. Dit kasteel ligt op de boord van de Itterbeek op de grens met de dorpskom van het Nederlandse Neeritter. Volgens sommige bronnen werd derde strofe niet door Gerard Krekelberg gedicht, maar werd ze achteraf door iemand ander erbij 'gelapt'. Die "Geus" in de laatste regel moet trouwens "God" zijn. Het lied werd spoedig populair, zowel in Nederlands- als in Belgisch-Limburg en geldt tegenwoordig als "volkslied" van beide Limburgen.